vrijdag 9 mei 2014

Andere blogs van het Historisch Genootschap Redichem

- Het overzicht van alle blogs van het Historisch Genootschap Redichem
Herinneringen van Gerard van der Schouw Jzn.
Historische wetenswaardigheden van Renkum
Opmerkelijke Renkummers uit het verleden
Opmerkelijke Renkumse Families
Renkumse Steenovens
Renkumse Schuilkelders
Renkumse Oorlogsherinneringen
Oude Wandelgidsen van Renkum

Punt 27 Wasserijen en de Brouwerij de Bok

Als u "Onder de Bomen" bent ingeslagen buigt al gauw de weg naar rechts in noordelijke richting. Kiest u echter links in de bocht de inrit van bedrijfsgebouwen, dan komt u bij de vroegere wasserij Peelen. Er zitten nu verschillende kleinere bedrijven en in het appartementengebouw helemaal links achter op het terrein wonen nu studenten. Daaronder en rechts daarvan, onder het enigszins golvende en bestrate bedrijfsterrein, liggen nog de kelders van de voormalige brouwerij de Bok. Deze zijn niet toegankelijk. Rechts daarvan staat een transformatorhuisje en rechts daarvan staan enkele overdekte parkeerplaatsen en kijkt u rechts dáárvan eens (vrij diep) naar beneden het beekdal in. Een meter of vier beneden het bedrijfsterrein ziet u de bedding van de Molenbeek, die thans geen water meer voert, maar er is even verder naar het Zuiden wel een sluis onder de Rijksweg 225.
Onder de Bomen 4, de ingang van het bedrijfsterrein van de
voormalige wasserij Peelen
Ga weer terug naar  "Onder de Bomen" en volg nu de weg verder langs het beekdal. Even verder komt u al spoedig op het hoogste deel van deze heuvel. Nu is daarnaast de ingang van het NH kerkhof.

Voor nadere informatie zie ons blog: http://oudrenkumsewandelingen.blogspot.nl

Het appartementengebouw achterop het terrein. Rechts daarvan staat het
transformatorhuisje. Onder dit gedeelte liggen de kelders van de
voormalige brouwerij de Bok.
Uiterst links het transformatorhuisje. U ziet het Westelijk deel van het
achterterrein met links de parkeergarage en op de achtergrond
het Renkums beekdal.
In de cultuurhistorische wandelgids van Ruud Schaafsma "De Renkumse en Heelsumse beekdalen" vinden we op pp. 105-108 het volgende:
"Herberg De Bock en bierbrouwerij De Bok
Deze tekening van D.A. Clemens uit 1825, 'Gezicht op Renkum', geeft een 
bijzonder tijdsbeeld van het dorp Renkum. Midden in het beekdal stroomt 
de lage beek langs de boompjes. Daarachter de hervormde kerk van 
Renkum en het grote gebouw rechts is vermoedelijk herberg De Bock, 
met aangebouwd de bierbrouwerij. Dit is nog in de tijd dat de herberg 
annex bierbrouwerij aan de zuidkant van de weg stond.
De herberg De Bock wordt in 1649 voor het eerst genoemd. Het gebouw stond aan de zuidkant van de Dorpsstraat, aan het begin van de Bokkedijk. Bij de herberg hoorde een bierbrouwerij. Vanaf 1815 veranderde er veel in de directe omgeving. Willem Offenberg kocht de herberg met een omringend gebied van 30 hectare. Hij liet het oude gebouw slopen en liet rond 1825 een nieuwe herberg aan de noordkant van de weg bouwen met de naam 'De Vergulde Bok'. Van 1851 tot 1866 vergaderde het gemeentebestuur van Renkum - in die tijd de dorpen Renkum en Oosterbeek - om beurten in De Vergulde Bok en De Vergulde Ploeg aan de Benedendorpsweg in Oosterbeek.
Bij de nieuwe herberg De Vergulde Bok werd bierbrouwerij De Bok gebouwd, de opvolger van de brouwerij die enkele tientallen meters naar het westen aan de rand van de Molenbeek had gestaan. Het heldere water van de Molenbeek was essentieel in de bierbrouwerij.
Velen namen in die tijd, vanwege de hoge belasting op het Duitse bier, hun toevlucht tot het zelfvervaardigen van bier. Uit een advertentie in 1858 blijkt dat de brouwervan De Bok ervaren was, want hij had vele jaren in brouwerijen in Beieren en Pruisen gewerkt. De Bok leverde 'Beijersche en andere Bieren'. De familie Offenberg verkocht herberg annex bierbrouwerij in 1859 aan de heer Christiani.

De drie grote kelders van de afgebroken bierbrouwerij De Bok zijn nog intact. 
In de oorlog schuilden omwonenden voor het oorlogsgeweld in de kelders en 
ook zij gebruikten het water uit de put. In 1944-1945 maakten de Duitsers, 
gezien de inmiddels verdwenen (hakenkruis) tekens op de muren, ook gebruik 
van de schuilplaats. Zij hadden stellingen aangelegd op het kerkhof van de 
voormalige katholieke kerk. Foto Ruud Schaafsma.
Drie jaar later stond in de Wageningse Courant een aankondiging van de 'Openbare Verkooping van de vanouds zeer gerenommeerde Bierbrouwerij de Bok'. De bierbrouwerij werd gesloopt en achter de herberg opnieuw opgebouwd. In 1898 stond de bierbrouwerij voor afbraak te koop in de Renkumsche Courant en de gebouwen zijn kort daarna gesloopt. De kelders - gebouwd rond 1860 - zijn echter nog aanwezig onder de gebouwen van de voormalige wasserij Peelen, die hier later gevestigd was. Deze drie kelders hebben tongewelven en zijn ieder maar liefst circa 15 bij 4 meter groot. Ook is er een later aangelegde put met kraakhelder water op 4 meter diepte. Het water uit deze put werd door de bierbrouwerij gebruikt voor de aanmaak van mout. Wellicht is de put in de kelders aangelegd ter vervanging van het beekwater, dat in de tweede helft van de negentiende eeuw steeds meer werd vervuild door de papierfabriek van Sanders."
In de Renkumse Courant van 05-02-1898 stond de verkoop en het einde van de brouwerij als volgt aangekondigd: "Renkum: Verkoop VOOR AFBRAAK de Renkumsche Bierbrouwerij 'de Bok' naast R.C.Kerk." en in dezelfde krant stond een week later: "Opbrengst f 1.050,--. Eigenaar dhr. v. Zeumeren te Tilburg." 


Punt 28 Voorheen Campman

U ziet aan de Zuidzijde van de Rijksweg 225 nog de kastanjebomen en berkenbomen die zijn overgebleven van de tuin en parkeerplaats van het voormalige hotel Campman. Hotel Campman is in 1986, dus na de aanleg van de Rijksweg 225, door Parenco opgekocht en is in 1987 verplaatst naar de Hartenseweg.




Op de foto links zie je dezelfde groep berkenbomen en de kastanjeboom als die op onderstaande zwart-wit foto bij de terrasjes tussen de parkeerplaats en het restaurant.
Ook de rij kastanjebomen die achter (ten Zuiden van) het hotel-restaurant Campman stond (rechts op de eerste zwart-wit foto), staat er nog steeds.
Aan de hoge Noordkant tegenover Campman stond tot ca 1923 het RK (Waterstaat) kerkje. Het huidige bakstenen huis op Rijksweg Nr. 193 (links op de foto) was destijds de woning van de familie Campman en staat op de voormalige begraafplaats van het RK Kerkje. Rechts achterop op de foto stond het Hotel Campman.


Hotel Campman op de Kruising van de N225 en de Bokkedijk/Dorpsstraat,
tussen 1973 en 1987. Foto 150 Jaar Campman
Artikel uit De Gelderlander van 20-08-2004
Vijf generaties in de horeca Door ERIC WIJNACKER150 jaar Campman: van koninklijke gasten via schilder Theophile de Bock tot De Dolle Instuivers. Allemaal kwamen ze bij bekende Renkumse horecafamilie over de vloer. Familiebedrijven worden een steeds schaarser goed in Nederland. Het is bijzonder dat in Renkum de familie Campman al precies anderhalve eeuw lang een horecabedrijf runt. Vijf generaties gastheerschap, steeds naadloos overgegaan van vader op zoon. Dat zal Henricus Campman niet hebben durven dromen toen hij in 1854 een herberg en stalhouderij overnam langs de postkoetsroute tussen Arnhem en Wageningen in Renkum. Die uitspanning kreeg een bijzondere impuls toen koning Willem de Derde en koningin Emma pal tegenover Campman hun zomerpaleis Oranje Nassau's Oord lieten bouwen. Paul Campman: "Ik geloof niet dat er leden van de koninklijke familie bij ons overnacht hebben, maar we kregen er wel gasten van. Logés voor wie geen plaats was in het paleis overnachtten vaak bij mijn voorouders. Er stond dan steevast een schildknaap op wacht, dag en nacht."In die 150 jaar heeft Campman wel meer beroemde gasten over de vloer gehad, tot talrijke ministers en boerenvoorman Wien van den Brink aan toe. Een zeer goede gast was de beroemde schilder Theophile de Bock, die in Renkum de impuls gaf voor de bekende schildersschool Pictura Veluvensis. Een oud kasboek geeft aan dat hij vaak bij Campman verbleef, vaak samen met andere schilders. Zo betaalde hij in augustus 1901 een destijds kapitale maandrekening van 444 gulden. "En je kon toen uitgebreid dineren voor een gulden per persoon en oude klare kostte minder dan een dubbeltje. Theophile was daar niet zuinig mee." De Bock voldeed zijn rekeningen altijd contant. Paul Campman: "Je hoort wel eens dat schilders betaalden met een schilderij, maar die heb ik niet in ons familiebezit aangetroffen. Misschien wel jammer, achteraf.".....In 1989 verhuisde Campman vanaf de oude locatie naar het huidige terrein aan de Hartenseweg.
Hotel Campman rond 1900. U kijkt richting Wageningen.
Het laatste huis is Huize Redichem. Foto 150 jaar Campman
Tot begin 20e eeuw hebben ten Westen van Campman ook nog 2 huizen gestaan, evenals Campman aan de Zuidzijde van de weg. Het meest westelijk stond "Huize Redichem" waar o.a. de familie Reijmer, een steenfabrikant heeft gewoond. De man op de foto lijkt erheen te lopen, midden over straat.
Tegenover hotel Campman het witte gebouw dat bekend stond als Café 
Beekhuizen tot de afbraak voor de aanleg van de N225 in 1973
Ongeveer tezelfder tijd genomen is deze foto die de overkant van de straat laat zien. Dit witte gebouw is nog bij veel Renkumers bekend als Café Beekhuizen.
In de BIBLIOGRAFIE VAN DE GEMEENTE RENKUM (Versie 2007) Deel III G.H. Maassen en T. Wijnstekers vinden we nog enkele interessante gegevens:
Renkumse Courant 28-01-1905 “Renkum: Verkoop herenhuis (pension) met achterhuis, schuurtje, tuin en boomgaard Rijksstraatweg (naast R.K.Kerk) ged. Eigenaar Leijgraaff." en  : “Verkoop 2 arbeiderswoningen met erf en tuin Molenbeek ged.(verhuurd G.Stroux/G. de Vries. Eigenaar Leijgraaff." Vier weken later staat in de RC van 25-02-1905: "Opbrengst f 5.698,--. Eigenaar R.K. Gemeente (dhr. Campman)". De RK kerk heeft dus buurman's grond gekocht. In 1920 slaagde het kerkbestuur in de aankoop van veel meer grond aan de Oostelijk kant van het dorp en opende daar een grote nieuwe kerk in 1923. In 1905 leek de RK parochie dus al op zoek naar uitbreiding... zou je zeggen...maar een week later stond in de RC van 04-03-1905: “Renkum: Verkoop pastorie met tuin tussen tuin Hotel Campman en villa Redichem...Eigenaar R.K.Kerkbestuur." en in de Oosterbeekse courant van diezelfde datum stond ook de naam van die pastorie: "Renkum: Verkoop pastorie(TondanoIND)....". Het werd dus geen uitbreiding (de kavels waren ongeveer even groot), maar wel een aaneengesloten grondeigendom als resultaat. De eigendommen van de RK kerk waren in beweging en Frans Campman was én de buurman en de vertegenwoordiger van de RK Kerk in deze koop en verkoop.


We menen te weten dat de koster van de R.K kerk in Tondano woonde en de pastoor in de grote pastorie op Dorpsstraat 160. Dat gebouw is groter dan de RK kerk destijds….

Punt 29 Bokkedijk en Molenbeek

De Wageningse Berg werd door Wageningers vroeger de Renkumse Hucht genoemd. De Bokkedijk vormde de verbinding tussen de oude ingang van Oranje Nassau's Oord en de Renkumse Dorpsstraat.
Vroeger was die dijk veel lager en overstroomde soms zelfs. Als je goed kijkt zie je dat Renkum aan het eind van de Bokkedijk op een hoogte ligt.

Toch kwam ook vroeger al op die hoogte een opgeleide beek, de Molenbeek, onder de dijk door. Vóór de eerste huizen aan de linkerkant van de rijksweg (Rijksweg 195) zie je een sluisconstructie onder aan de wegberm, bij het hek naar het paardenweitje. De Molenbeek kwam daar vanaf de papierfabriek verderop in het Renkums beekdal.

Als u hier de Rijksweg oversteekt en de Bokkedijk opgaat dan kunt u vooraan in de bocht achter het gesloten hekwerk ook nog zo'n soort sluisconstructie zien waar de (altijd droog staande) Molenbeek onder de weg uit komt. Vroeger stroomde deze beek vanaf hier ten Zuiden achter de tuin van Campman langs, in Oostelijke richting naar de oude veerstoep van het Renkumse Veer dat daar tot 1973 aanmeerde, nu achter de Parenco.

In de cultuurhistorische wandelgids van Ruud Schaafsma "De Renkumse en Heelsumse beekdalen" vinden we op pp. 105-108 het volgende: 
Ze zijn niet gemakkelijk te herkennen, maar in het Renkums Beekdal liggen drie dijken. De bekendste is de dijk waarover de huidige rijksweg N225 door het beekdal loopt. Deze wordt door Renkumers de 'Bokkedijk' genoemd, naar de zojuist genoemde herberg en de brouwerij. De dijk wordt al vermeld in een brief over een nieuwe begrenzing tussen Harten en Wageningen uit 1539, dan nog onder de naam 'Onser lieff Frauwen diicksken'. De dijk had in het midden een sluisje, waardoor het water van de Rietkamp - het Broek - in de Strang liep. In die tijd was de Nederrijn nog nauwelijks bedijkt, waardoor het water niet zo hoog kwam als nu. Tot 1820 lag de weg bij het café erg laag en de passage van het beekdal was hierdoor een zwak punt in de route van Arnhem naar Wageningen. 
De tram bij hoog water op de Bokkedijk, nog gesierd door hoge bomen. Als de dijk overstroomde moesten de passagiers langs Oranje Nassau's Oord, over de Grunsfoortdijk en via Onder de Bomen omlopen naar de daar gereed staande tram.
De weg en het beekdal stonden bij hoog Rijnwater regelmatig blank, soms tot boven de Hartenseweg. Dit was deels Rijnwater, deels gestuwd beekwater. Bas Noppen, een Renkumer die een dagboek bijhield, dat in boekvorm is uitgebracht, beschrijft hoe de Bokkedijk in 1820 werd opgehoogd:
"Deze dijke verbindt de Wageningsche berg met de Renkumsche heuvelen en is opgeworpen van den grond, die men verkreeg door aan beide zijden breede grachten te graven, in plaats van zand te halen van den berg. Zoo heeft men toen kostbaar weiland vergraven."
Het dijkje werd opgehoogd en het bruggetje over de beek werd vervangen door een sluisje. Aan beide zijden van de Bokkedijk werden bomen aangeplant. Halverwege naar boven op de Wageningse Berg staat een opvallende, monumentale boom. Deze ongeveer 150 jaar oude beuk staat op een hoge plek op het landgoed Oranje Nassau’s Oord en is een zogeheten 'doeleboom'. De boom gaf de richting aan waarde reiziger het Renkums Beekdal kon oversteken. Het sluisje uit 1820 is in 1930 vervangen door een elektrisch gemaal. Bij hoogwater van de Nederrijn gaat de sluis dicht en als het beekdal dan volstroomt met beekwater en kwelwater vanuit de Nederrijn, wordt het er door het gemaal uitgepompt. Het waterschap bedient en onderhoudt dit inmiddels historische gemaal. Ondanks de eerdere ophogingen stroomde het Rijnwater in de eerste helft van de vorige eeuw nog steeds zo nu en dan over de Bokkedijk. Daarom vond in 1948 nogmaals een ophoging plaats. De zuidkant van de dijk kreeg in 1996 een verhoging.